Handen in de aarde en poep in de brievenbus

‘Zijn we nou helemaal hierheen gevlucht om een snotaap te helpen met dingen die ze zelf zou moeten kunnen doen?’ Dat wordt in De verliezen, het derde deel van De singulariteit van Balsam Karam, geroepen door de grote zus van een meisje dat als asielzoeker in een westers land is beland. Dat deel bestaat uit oplichtende momenten uit het leven van dat meisje dat opgroeit in dat vreemde land. De soms heel korte prozaschetsen vormen samen het slot van dit boek en een prachtige collage van heldere, schrijnende, komische en soms ontluisterende ogenblikken die elkaar opvolgen in de tijd en langzaam duidelijk maken wat dit deel met de eerdere twee heeft te maken.

Op de site van literair tijdschrift Terras staat nu de derde, laatste voorpublicatie online met een aantal van die inkijkjes in het leven van een jonge asielzoekster.

Balsam Karam (foto: Louise Helmfrid)

De singulariteit is geen autobiografisch verhaal, maar de schrijfster heeft in interviews laten weten dat haar eigen leven wel een bron is geweest en dat episodes als die met de hondenpoep helaas geen pure fictie zijn. Zo is er ook sprake van een klasgenootje dat naast haar komt zitten en een hakenkruis in haar arm blijkt te hebben gekerfd. Hoe dat precies zit en hoe het de meisjes en vrouwen in dit boek verder vergaat, kun je 4 oktober te weten komen, want dan ligt deze uitgave van uitgeverij Kievenaar in de boekhandel.

Voor wie het Zweeds machtig is, staat er op de site van Vi läser een interview over onder andere de autobiografische aspecten van Karams werk.

Of lees Hoe er geen ruimte tussen de lichamen overblijft en Voorproefje van ‘een gruwelijk sterk boek’, de inleidinkjes bij de eerste en tweede voorpublicatie.

Hoe er geen ruimte tussen de lichamen overblijft

De winter is nog pril, je ligt op een onderzoeksbank / het is nazomer, je staat met je voeten in de zee – zie je het zich voltrekken? Zo begint het tweede fragment uit De singulariteit van Balsam Karam dat nu online staat op de site van literair tijdschrift Terras en door mij is vertaald.

Bijna heel het gelijknamige tweede deel van het boek zit op die manier in elkaar. Zinnen en flarden van zinnen die niet door punten of komma’s worden gescheiden, maar door schuine strepen. Dat leesteken kennen we vooral uit de context van internet of uit poëziebesprekingen waarin regeleindes in een gedicht ermee worden aangeduid. Balsam Karam gebruikt het op een manier die deze lezer en vertaler nog nooit eerder is tegengekomen.

Balsam Karam – foto: Louise Helmfrid

In het citaat hierboven spring je als lezer via de / van de winter naar de nazomer. En zo is het elke keer. De // geven steeds een scènewisseling aan. Constant wordt er van de ene scène naar de andere gesprongen en weer terug. In de literatuur heb ik dat niet eerder zo gezien.

Elders wel. Het is iets wat elke film- en televisiekijker kent. Twee scènes worden door elkaar heen gesneden in snelle afwisseling. Parallelle montage heet dat in filmtermen. Een veelgebruikte variant is de flashback die steeds opduikt in een scène in het heden. Vaak verduidelijkt het verleden zo het heden.

Soms duurt het langer voor dat blijkt wat de twee scènes met elkaar te maken hebben en kom je er als kijker langzaam achter wat het verband is. Een bekende parallelle montage komt uit Coppola’s The Godfather. Daarin zien we een doopscène waarin Michael Corleone de peetvader van zijn pasgeboren nichtje wordt. Dat tafereel wordt doorsneden met beelden waarin zijn handlangers zijn criminele tegenstanders vermoorden en Michael de Peetvader wordt. Zo vormen de scénes elkaars contrast en elkaars vervormde spiegelbeeld.

De doopscène uit The Godfather

De parallelle montage in De singulariteit is van het soort die langzaam haar geheimen prijsgeeft, maar heeft in zijn vorm en kracht wel iets van die uit The Godfather. De reden voor die snelle scèneafwisseling gaat schuil in de titel van het boek die zelf in zo’n montage opduikt: je laat met je handen zien hoe er geen ruimte tussen de lichamen overblijft in de singulariteit. En de twee door elkaar geweven verhaallijnen versterken zo de betekenis van het geheel.

In het tweede fragment dat nu online staat, gaan de intensiteit en dramatiek van de twee scènes gelijk op, maar wie wil weten wat ze precies met elkaar te maken hebben, hoe ze elkaar versterken en hoe zo’n opmerking over de singulariteit in het verhaal past, zal dit verrassende boek zelf moeten lezen.

Lees op de site van Terras het tweede fragment of het eerste of de korte inleiding die ik daarbij heb geschreven.

De singulariteit van Balsam Karam verschijnt 4 oktober bij uitgeverij Kievenaar.

Voorproefje van ‘een gruwelijk sterk boek’

4 oktober verschijnt bij uitgeverij Kievenaar De singulariteit, mijn vertaling van het tweede boek van Balsam Karam, waar ik eerder al iets over schreef. Literair tijdschrift Terras las al een paar fragmenten uit de vertaling en dat was direct aanleiding om die stukken te delen op de Terrassite. Het wordt een soort feuilleton. Vandaag het eerste fragment en een klein inleidinkje van mijn hand. De komende twee weken volgen nog twee fragmenten.

voorplat van De singulariteit

Zij verkwikt mijn vrees

In deze dagen waarin de beschamende problemen rond een asielzoekerscentrum worden opgelost met een ‘veiliger’ non-oplossing en de kinderen van aanhangers van Forum voor Democratie worden opgeborgen in de ‘veilige’ omgeving van een eigen school, moest ik denken aan een gedicht dat ik als dichter van de dag ooit schreef bij een uitzending van het programma Dit is de dag op Radio 1.

Ik heb die telefonische voordracht – dichters van de dag zaten thuis aan een gedicht bij de uitzending te werken – uit mijn digitale archief gevist. Het gedicht heeft een ondertitel met twee namen. Daar mag Thierry B. die van hem wel bij denken.

Na de uitzending werd ik gebeld door iemand van de redactie van het programma. Zij waren zelf weer gebeld door verontruste luisteraars. Die vonden het heiligschennis dat ik als sjabloon voor mijn gedicht een bekende tekst uit de Bijbel had gebruikt. Of ik daar voortaan aan wilde denken. Dat denken lukt wel, bijvoorbeeld dat mijn contravorm ook de klassieke status van het origineel aantoont. Als dat ‘denken’ ‘niet meer doen’ moet betekenen, kan ik het niet beloven. Voor dat soort veiligheid ben ik niet in de wieg gelegd.

Veiligheid is mijn leidsel

een lied van Henk en Ingrid

Veiligheid is mijn leidsel, mij ontbreekt iets;
Zij doet mij me neerleggen in angstige wijken;
Zij roeit mij in troebele wateren;
Zij verkwikt mijn vrees.
Zij leidt mij in de eenzijdigheid  
om harer populariteits wil.
Zelfs al leef ik in een land van grote vrijheid,
ik vrees het kwaad,
want zij blijft bij mij;
haar leus en haar slogan, die omringen mij.
Zij richt voor mij een tafel aan
waaraan ik geen disgenoot vertrouw;
Zij vult mijn hoofd met haarzelf,
mijn beker is nooit vol,
Ja, angst en argwaan zullen mij volgen
al de dagen van mijn leven;
ik zal in het huis van veiligheid verblijven
tot in lengte van dagen.
 

Zogenaamd gedicht van de dag, geschreven en voorgedragen tijdens de uitzending van het programma ‘Dit is de dag’ op Radio1, 17-2-2011.

de laatste keer / dat ik val

De laatste dagen bereiken mij berichten over vallende ouders, over mensen die voorgoed platliggen. Het vult het hoofd met herinneringen, onder andere aan een stuk dat ik dertig jaar geleden schreef over het werk van Bert Schierbeek met vallende ouders, platliggende mensen. Tijd om het weer beschikbaar te maken voor de lezers. Een mond vol aandacht is de titel. Het is ook terug te vinden via de pagina met verspreid proza.

voorplat van de veelgeprezen biografie (2021) door Graa Boomsma