Grandioos

Tijdens de Zomergasten-uitzending met Sevdaliza, de intrigerende, rijzige zangeres die zeer veel aandacht besteedt aan de beelden die haar muziek in videoclips vergezellen, dook een fragment op dat ik vermoedelijk als een van de weinige kijkers herkende. Het was een stukje uit River of Fundament, een ruim vijf uur durende film van Matthew Barney, een kunstenaar die allerlei vormen van kunst beoefent en zijn films zijn niet alleen weergaves van bijvoorbeeld performances, maar vormen ook steeds een werk op zich.

Sevdaliza en Janine Abbring voor een beeld uit het begin van het vertoonde fragment

River of Fundament ging in 2014 in Nederland in première tijdens het Holland Festival en die ruim vijf uur film en muziek zijn toen door mij vertaald en ondertiteld. Daar was ik voor gevraagd omdat men iemand nodig had die zowel thuis was in ondertiteling als in het vertalen van poëzie en literair proza. De dialoog en liedteksten van de film zijn namelijk voor het grootste deel ontleend aan literaire bronnen. Waar het meest uit wordt geput: Ancient Evenings van Norman Mailer, het aloude Egyptische dodenboek getiteld Het boek van het voortgaan bij dag waar ook Mailer zich op baseerde en Walt Whitmans Leaves of Grass. Daarnaast duiken ook flarden op uit het werk van Ralph Waldo Emerson, W. B. Yeats, Carl Sandburg en William S. Burroughs. Salman Rushdie verschijnt zelfs even in levenden lijve in de film, maar niet met eigen tekst.

Presentatrice Janine Abbring had de film ter voorbereiding braaf uitgezeten, meldde ze, maar had het een bezoeking gevonden met veel poep, onbegrijpelijkheid, poep, auto’s, dode dieren en poep, maar tegelijk maakte het toch indruk. Dat laatste beaamde de zangeres die bij sommige beelden ook weg had gekeken. Ze liet zich niet verleiden tot veel verdere duiding – je moet het vooral ondergaan, zei ze – maar opperde nog wel dat het misschien een verzameling van alle schaamte was.

Behalve poep, en pies, stroomt er ook aardig wat bloed in de film

Een ondertitelaar ziet een te vertalen film meerdere malen, in stukjes en beetjes tijdens het vertalen, maar ook in zijn geheel om te zien of de ondertiteling goed meeloopt en de vertaling klopt en meestal ter voorbereiding. Vandaar dat een ondertitelaar vaak goed weet hoe het verhaal in elkaar zit, of dat goed wordt uitgewerkt, of er inconsistenties en andere fouten in zitten. Een ondertitelaar is kortom als het goed is – ‘het’ is in dit geval vaak het honorarium – de beste kijker van een film, zoals een boekvertaler de beste lezer van een boek kan zijn.

En deze ondertitelaar denkt dat Sevdaliza met haar opmerking over schaamte op het goede spoor zit. De film ontleent niet alleen zijn teksten aan het verhaal van Mailer en het dodenboek, maar ook zijn thematiek. River of Fundament is een klassiek verhaal over wedergeboorte, maar niet in een christelijke variant waarin de waterdoop de weg daartoe is, maar een oude, smeriger variant die ook vandaag de dag nog zijn gelovers telt, onder wie vermoed ik Matthew Barney. En dat verhaal vertelt dat je eerst door alle drek en smerigheid heen moet, zowel letterlijke stront als de figuurlijke, alle walgelijke, schaamte oproepende eigenschappen en gedragingen die een mens kan vertonen, om vervolgens als een nieuw gelouterd mens uit de aars van de hel tevoorschijn te kruipen. Met een beetje goede wil zou je kunnen zeggen dat Freuds psychoanalyse hier een moderne variant van is.

Het is de essentie van Barneys film die dit niet alleen in het persoonlijk maar ook in het maatschappelijk vlak lijkt te zien gebeuren. Een rode draad in de film is de teloorgang van de Amerikaanse autoindustrie. Het in Zomergasten vertoonde fragment verbindt die met de aloude Egyptische mythe van ondergang en herrijzenis. Misschien vindt Barney de autoindustrie wel exemplarisch voor de Amerikaanse maatschappij, is die in zijn film een pars pro toto voor de ontwikkeling van de USA.

De vragende frons van de presentatrice leek allengs groter te worden

En dat geeft hij gestalte in indrukwekkende beelden, vonden zangeres en presentatrice. Aan het begin van uitzending viel het woord ‘grandioos’ geregeld uit beider monden, toen vooral om het werk van Sevdaliza zelf te kenschetsen. Grandioos is net iets grandiozer dan imponerend of indrukwekkend, maar wel familie van die woorden.

Het deed me denken aan een andere filmer van grandiositeit, Leni Riefenstahl, die haar vernieuwende technieken ook gebruikte om te imponeren. Dat deed ze in dienst van een man die niets anders leek te doen, Adolf Hitler. De culturele uitingen van het nationaalsocialisme en het fascisme leken dat vooral tot doel te hebben: imponeren met grandiositeit en het publiek daarmee te overtuigen van de grootsheid van die bewegingen.

film OS 1936
Riefenstahls film over de Olympische Spelen van 1936

Beide stromingen hadden ook een wedergeboortemotief dat overeenkomsten vertoont met het aloude Egyptische verhaal. De  oude maatschappij moest vernietigd worden om op de puinhopen een nog oudere samenleving, de Arische en de Romeinse, herboren en in nieuwe vorm te laten herrijzen.

Nu wil ik Matthew Barney niet betichten van sympathie voor die stromingen – zijn politieke opvattingen zijn mij niet bekend – en Sevdaliza al helemaal niet. Ze wekte die avond eerder de indruk tot de verklaarde tegenstanders te behoren. Maar grandiositeit is wel het streven van die bewegingen. Het is het streven én de uitdrukking van macht, denk ik, niet alleen van nazisme en fascisme, want het Versailles van de Zonnekoning en het paleis van Ceaușescu zijn soortgelijke uitingen van macht. En al kun je over de Egyptische piramides nog veel meer zeggen, ook die werden natuurlijk gebouwd om te imponeren en lieten het volk zien hoe machtig hun heersers, de farao’s, waren.

Ik vraag me af waarom Barney en Sevdaliza die grandiositeit bewerkstelligen. Is het bij hen ook een uitdrukking van macht, of juist van een streven daarnaar? Is het een poging zich de kleren van de keizer toe te eigenen? Ik zou me verder in het werk van Barney moeten verdiepen om daar een antwoord op te kunnen formuleren. River of Fundament nodigt mij er alleen niet toe uit om dat te doen.

Hoewel er met name interessante muzikale stukken in de film zitten – het is eigenlijk een samenwerking met componist Jonathan Bepler – de uitwerking van het centrale thema, door de stront van het leven heen om daar herboren uit te verrijzen, kon me niet overtuigen, en de verknoping van Egyptische mythologie met de mythe van de Amerikaanse auto en die van de auteur Mailer klinkt interessanter dan ze op film is.

Nu waren de reacties op Mailers boek in de jaren tachtig ook al gemengd. De door mij geraadpleegde Nederlandse vertaling, Avonden in de oudheid, is alleen in De Telegraaf positief ontvangen. Meestal was het oordeel zoals de kop boven de recensie in Het Parool: Mailer mislukt in Egypte. Zelf werd ik er ook niet blij van.

de omgekeerde piramide

Op de site van River of Fundament staat bovenstaand plaatje, een omgekeerde piramide die de structuur van de film zou moeten voorstellen. Het maakt alles iets inzichtelijker, zoals dat ook geldt voor andere informatie op de site, maar het maakt het werk niet beter. Wat Maria van Daalen toentertijd in Trouw schreef over de vertaling van Mailers boek, geldt in zekere zin ook voor de film. Zij zegt dat Mailer met zijn boek niet verder is gekomen dan een voorstadium. Misschien had de film als hij dat stadium was ontgroeid, meer gedaan dan imponeren.

(Later meer over het vertalen van de film.)

Een loodgieter legt leidingen in mijn ingewanden

In de oude panden waar ik als student woonde, leerde ik noodgedwongen loodgieten en gasfitten. Handenarbeid die een welkome afwisseling vormde met het hersenwerk. Een kachel of fornuis plaatsen en aansluiten? Een geiser ophangen? Soms verdiende ik wat bij met zulke klusjes. Maar gaskachels en keukengeisers verdwenen uit de huizen en ik had wel wat anders te doen. Nooit gedacht dat het nog eens van pas zou komen, maar ik heb nu een klus aangenomen waarbij ik me weer in de wereld van knietjes en ellebogen, losse en vaste wartels, buigijzers en pijpensnijders mag storten, want ik heb onlangs met uitgeverij Querido een contract getekend voor de vertaling van het heerlijke Insignificance van James Clammer.

drie formaten buigijzer voor drie formaten buis

Als lezer van dit boek vertoef je meestentijds in het hoofd van Joseph Forbes, een loodgieter die op een dag een boiler moet vervangen. Technische en persoonlijke problemen vormen samen een intrigerende wirwar. Lees er meer over in de vele lovende recensies zoals bijvoorbeeld deze uit The Spectator. Of lees deze uitvoerige Q&A waarin de schrijver onder andere vertelt over zijn eigen ervaring als loodgieter.

De titel van dit bericht is de voorlopige vertaling van iets wat Joseph te binnenschiet tijdens het werk. Deze regel komt uit het in Nederland en België vrij onbekende The White Devil van John Webster uit 1612. In de Engelstalige wereld is dit toneelstuk een klassieker die ook in de 21e eeuw nog geregeld wordt uitgevoerd.

Portfolio

De site is onlangs uitgebreid met een portfolio literaire vertalingen vol gedichten en prozafragmenten. Daar kun je onder andere het werk van de Hongaarse Ágnes Lehóczky aantreffen. Dat roept natuurlijk de vraag op of Kloos, de verketteraar van tussentaalvertalingen, zich daar zelf aan heeft bezondigd. Ga naar de portfoliopagina om erachter te komen hoe dat zit.

Ágnes Lehóczky (still uit een video van een voordracht, 2012)

Logischerwijs blijft dit werk in uitvoering, want er is bijna een nieuw contract getekend en ik zal ook uit het werk van Thomas Tidholm, die ik nu al haast dertig jaar vertaal, nog meer voorbeelden online gaan zetten.

Springen en morrelen

Habitus, het Nederlandse poëziedebuut van oud-Cu­ra­çao­se Radna Fabias, maakte allerwegen indruk en werd bekroond met een hele rits prijzen. Dat maakte buitenlandse uitgevers nieuwsgierig. Binnenkort verschijnt de bundel dan ook in de VS, integraal vertaald door de eveneens veel geprezen, gelauwerde en ervaren David Colmer.

Recentelijk ontstond er een brede maatschappelijke discussie – die betiteling verdiende het bijna wel – over een vertaalproject in omgekeerde taalrichting. Wie moest, kon, mocht de Amerikaanse Amanda Gorman in het Nederlands vertalen? Er zijn genoeg overeenkomsten met de vertaling van Habitus waardoor ook deze tot ophef zou kunnen leiden.

het origineel
de vertaling

Representatie blijft in dezen een probleem, maar ik vermoed dat er minder onenigheid zal ontstaan,  niet alleen omdat de vijver met literaire vertalers uit het Nederlands naar het Engels een beduidend kleinere plas is dan die met vertalers uit het Engels naar het Nederlands, maar vooral door de kwaliteit van de vertaling en door het vertaalproces dat Colmer beschrijft in een nawoord dat hij schreef vlak voor het debat rond Gorman losbarstte.

Een voorpublicatie van dat nawoord kun je nu in een vertaling van mij lezen op de site van Filter, het tijdschrift voor vertalen, onder de titel Springen en morrelen.

PS Een curiosum waar Colmer tijdens research voor de vertaling op is gestuit: ik lijk de enige te zijn die het in schrift vóór Fabias ooit over ‘hijgend gevaar’ heeft gehad.

Van een andere orde

Pär Hansson (foto: privécollectie)

Klimaatdichter zou de Zweed Pär Hansson in Nederland vermoedelijk worden genoemd. Er is een gedicht van hem terug te vinden op Klimaaksjon, de site van Noorse schrijvers die in actie komen tegen de klimaatverandering. Onlangs vertaalde ik voor het pas verschenen Scandinavië-nummer van Terras één lang gedicht en een reeks van negen kajakvormige gedichten uit zijn laatste bundel Kajak (2016), en uit die teksten spreekt zeker een duidelijke zorg over hoe de mens met zijn omgeving omgaat. Vi plockar bär i civilisationen (We plukken bessen in de beschaving, 2012) is de veelzeggende titel van zijn vijfde bundel. En zijn eerdere werk is vaak verweven met de natuur. Toch zou ik hem ook geen natuurdichter noemen.

Om een voorbeeld te geven een prozagedicht uit zijn tweede bundel Familjekista (Familiekist, 2001) waar zoals vaker de natuur de mensenwereld binnenkomt, hier in de vorm van bladeren, maar wat zich vervolgens voltrekt is van een andere orde dan natuurpoëzie. Misschien kun je het lichaamspoëzie noemen.

_______

DUIZELIG

Ik voel me duizelig, ik loop de aula uit de gang op. Een grijs licht komt door hoge ramen naar binnen. Het is een bewolkt licht dat geen schaduwen achterlaat. Een paar bladeren die naar binnen zijn gewaaid liggen roerloos op de geboende vloer. Ik voel aan de bladeren. Ze zijn dor en geel. Ik trek mijn schoenen uit en volg de gang, mijn wollen sokken glijden stil over de blanke vloer en ik kom geen andere leerlingen tegen, geen leraren. Ik ga een van de toiletten in, doe de deur goed op slot en het licht uit en trek mijn kleren uit. Ik kleed me uit tot ik naakt ben en betast mijn lichaam. Het is vochtig en verhit. De ruimte is donker en er is rust in het donker, ik kan mijn stem horen. Ik voel me moe, ga op de koele vloer liggen, slechts een dun streepje licht bereikt mij nog tussen de drempel en de onderkant van de deur door. De ruimte is zo klein dat ik bij beide muren kan, ook al lig ik op mijn zij. Het is fijn om op mijn zij te liggen. Ik heb het niet koud, schop met mijn voeten. Ik speel met mijn hand in het dunne licht, meet het punt af waar het licht van buiten wordt opgegeten door het eigen donker van de ruimte. Ik zie de schaduw van voeten. God staat buiten te wachten. Dan wordt er ongeduldig aan de deur gerukt, een metalen klank die maar door blijft daveren. Maar dat kan mij niets schelen. Ik speel met het licht, laat het golven over mijn knokkels en vingerkootjes.

_______

In Hanssons bundel drijven de kajakgedichten als scheiding tussen de langere reeksen. In Terras varen ze over pagina’s met andere teksten. Hierboven het eerste dat van de papieren wal steekt. Later hier of elders meer over deze poëzie.

gedichten: Pär Hansson
vertaling: Hans Kloos