Voorbericht aan de lezer

L. S.

Op hanskloos.nl staat een interne zoekmachine en al zoekt het ding alleen op woorden die letterlijk in de tekst op de site voorkomen, keer op keer blijkt dat bezoekers niet naar een specifiek woord, maar naar een thema op zoek zijn. Liefde is de onbetwiste nummer één, met de dood als goede tweede, beide op afstand gevolgd door zaken als afscheid, oorlog, huwelijk en water. De hele top twintig van zo’n twee jaar is in de titel van deze bundel terechtgekomen en in de inhoud.

‘Rouwadvertentiepoëzie’ is een schimpscheut waarmee critici en dichters soms in hun ogen inferieure gedichten naar de prullenbak verwijzen. Ik heb nooit begrepen waarom dat oordeel zo geformuleerd wordt, en niet alleen omdat een van de eerste dingen die ik ooit in druk zag verschijnen een paar regels bij een overlijdensbericht waren. Wat is er mis mee als op een moment dat mensen zelf geen woorden kunnen vinden, ze die lenen van iemand die van woorden leeft? Ik wil de functie van poëzie er niet toe beperken, maar wat mij betreft is het zeker een mogelijke. Poëzie hoeft niet autonoom te zijn.
Vaak wordt de romantische notie in stand gehouden dat wat een dichter schrijft louter en alleen voortkomt uit hemzelf en zijn omgang in werkelijkheid en taal. Maar het werkt in de praktijk, en niet slechts de mijne, toch iets anders.

Literaire tijdschriften en organisaties nodigen uit om over bijvoorbeeld ‘zwijgen‘, ‘de plek‘ of ‘een talisman’ te schrijven, een woningbouw- coöperatie wil een gedicht op de gevel van een nieuwbouwproject, het Nationaal Comité 4 en 5 mei vraagt om een gedicht dat als poëzieclip op televisie moet vertoond, een beeldend kunstenaar wil gedichten naast zijn etsen in een exclusief drukwerk plaatsen of juist poëzie op ballonnen voor jan en alleman de lucht in laten vliegen enzovoort. De lijst met voorbeelden uit eigen en andermans praktijk is langer dan het leesgenot toestaat. Het voldoet wellicht niet aan het clichébeeld, maar dichters werken geregeld op bestelling.

Dat leidt tot ongeïnspireerde rijmelarij, denken romantische zielen misschien. Of een bestelling goed werk oplevert, is echter afhankelijker van de vraag of de dichter pakweg Driek van Wissen dan wel K. Michel heet. Om uit de praktijk van de laatste te putten: ongeacht de verhouding inspiratie-transpiratie waaronder het tot stand is gekomen, een gedicht als ‘Nee en ja’, dat Michel ter gelegenheid van 4 en 5 mei heeft geschreven, kan moeilijk worden weggezet als zouteloos werk van een poëziebakker. Of het nu is besteld of geïnspireerd, de kwaliteiten van de maker bepalen wat er van een gedicht terechtkomt.

‘Met veel zelfkennis omschreef Hans Kloos zichzelf als een leverancier van mogelijkheden’, stond er ooit in een artikel over mijn werk. De woordkeus verraadt me al. Bestellingen zijn welkom bij deze kleine zelfstandige. Zo heb ik ze ook opgevat, de zoekvragen van de bezoekers op mijn site, als bestellingen van gedichten over de grote en minder grote thema’s. Sommige lagen op voorraad, andere moesten nog helemaal worden gemaakt (een enkele kwam als halffabrikaat van een tussenleverancier).
Die top twintig van thema’s is de enige opzettelijke samenhang tussen de gedichten in deze bundel. Sommige zijn weliswaar ondergebracht in de categorie stemmen, maar of die ooit tot een harmonieuze samen- zang zullen komen is zeer de vraag. Vandaar dat elk gedicht zijn eigen interpunctie, hoofdlettergebruik en regelval kent. Als de lezer meer verband ontdekt, dan is dat misschien te wijten aan des lezers verlangen daarnaar, of aan de maker – men neemt zich inderdaad mee.

Verwacht ik nu binnenkort regels uit deze zoekresultaten in rouw-, huwelijks- of geboorteadvertenties tegen te komen? Niet direct, al zou ik er zeker geen bezwaar tegen hebben. Wie wat vindt heeft slecht gezocht heette ooit een bundel van Kopland. Met zijn ontkenning van het bijbelse ‘zoekt en gij zult vinden’ nam die titel me voor zich in door zijn licht komische, paradoxale karakter, maar in de loop der jaren is de glans er een beetje af gegaan – de paradox werd me te makkelijk en ervaring leerde me anders. Wie wat vindt heeft iets anders gezocht, zou ik zelf nu zeggen. De enige voorwaarde is je niet blind staren op het gezochte en de ogen openhouden. Dat is een eigenschap die ik mijn lezers wel durf toe te schrijven.

_______
_______

uit de bundel zoekresultaten…
2007
© Hans Kloos