Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan

Vanmiddag las ik oud nieuws van vorig jaar dat deze titel van Louis Couperus is hertaald in hedendaags Nederlands. Op zich al een paradoxaal bewijs van de titel. Gisteren heb ik de opdracht aangenomen om Så vit som en snö te vertalen en ondertitelen. Het is een film over het leven van Elsa Andersson, de eerste Zweedse met een aviateursdiploma, een vliegbrevet, en de eerste Zweedse parachutiste.

Toen ik de film vanochtend ter voorbereiding bekeek, was het alsof ik naar een naturalistische roman zat te kijken, zoals bijvoorbeeld Emants, Van Eeden én Couperus die schreven. Elsa zou het wat daadkrachtiger nichtje van Eline Vere kunnen zijn. De film stamt uit 2001, maar het tempo is dat van de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, het begin van de vorige eeuw, net als de aandacht en verbeelding van de zieleroerselen – zelf ook een woord dat bij het tijdperk en de stroming hoort – en het taalgebruik is al even belegen. Deernen, vrijsters, knechten, aviateurs en beleefdheidsvormen die we nu nog maar zelden gebruiken.

Een van de opvallendste oude idiomen, dat in het Zweeds sowieso hardnekkiger is dan in het Nederlands, is een zin met de derde persoon enkelvoud, soms meervoud, die zich richt tot degene die wordt genoemd. Dat klinkt wellicht ingewikkeld, dus laat ik een voorbeeld geven dat nu nog weleens te horen valt als men zich tot kinderen richt. ‘Wil Liesje soms een snoepje?’ De vraagzin is de meest gangbare vorm. Alhoewel afgeleide vormen ook voorkomen. Een voorbeeld uit de film: ‘Vader herinnert zich de kersenboom vast nog.’ Zegt Elsa tegen haar vader. ‘Lars mag niet weggaan.’ Tegen haar broer die Lars heet.

In het Nederlands ruikt dat nu naar voorbije tijden. In het Zweeds hoor je het nog vaker dan hier, al is dat vooral uit de mond van ouderen op het platteland. Maar in het Nederlands van een eeuw geleden heeft het vast ook geregeld geklonken. Dus ik ga mij eens beraden in hoeverre ik het Zweeds moet volgen. Maar ik ga het in ieder geval niet hertalen en moderniseren. Het lijkt me juist een uitdaging om dat oude Zweedse taalgebruik in het Nederlands te evenaren, om de dingen die voorbijgaan weer even te laten glanzen.

De titel is al een fijn probleem. Letterlijk vertaald wordt het: Zo wit als een sneeuw. ‘Een sneeuw’ is vreemd Nederlands. In het Zweeds is het ook niet heel gangbaar. Ik ken maar twee Nederlandse voorbeelden, waarbij de laatste ontleend is aan de eerste. Willem Jan Otten schreef enkele jaren geleden een toneelstuk met de titel Een sneeuw. Hij ontleende dat aan een veelbesproken regel van Couperus’ grote dichtende tijdgenoot, J. H. Leopold, die volgens sommigen bewust een archaïsme gebruikte: ‘Een sneeuw ligt in den morgen vroeg / onder de muur aan (…).’ Aangezien de Zweedse titel ook ontleend is aan een gedicht (op muziek), is het verleidelijk ‘een sneeuw’ voor een derde keer in het Nederlands te laten opduiken.

Wat denkt de lezer daarvan? De kijker kan zich er over niet al te lange tijd op Netflix van vergewissen of ik mijn glansvoornemen enigszins heb kunnen volbrengen.

15 reacties op “Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan”

Grappig, ik had een zwager die zo tegen zijn vader sprak. Aangezien de vader Fries was en mijn zwager een behoorlijke hekel aan hem had, leverde dat altijd een wonderlijke conversatie op: ‘(bijtend) Heit nog koffie? Nee, zeker, hè Heit? Heit heeft liever een pilsje?’

‘Een sneeuw’ klink mij niet zo vreemd in de oren. Denk daarbij wel aan een boel sneeuw – een sneeuwpakket. Misschien is het wat noordelijks.

Dus je zou je ook een meervoud kunnen voorstellen?
Zelf zou ik het alleen zeggen als het om soorten sneeuw gaat. Paksneeuw is een sneeuw die zich makkelijk tot stevige ballen laat vormen. Dat soort zinnen.

Omgekeerd vraag ik me af of een ‘normale’ zin als:
Wat een sneeuw is er gevallen. Of Wat een water (= regen) …
voor jou dan vreemd overkomt.

Dat vind ik ook normaal. Maar dat komt vermoedelijk doordat het spreektaalidioom is. En je zou kunnen zeggen dat een woordje als ‘boel’ of ‘hoop’ is weggelaten, zoals spreektaal wel vaker dingen weglaat die al duidelijk zijn.

Een sneeuw. Mooi streven om het oude(rwetse) taalgebruik in ere te houden. Maar respectvol een zetje deze tijd in geven, kan geen kwaad denk ik. Dat deden de ‘oude’ schrijvers zelf ook. Laat ‘een’ weg en je tast niets aan, naar mijn mening. Het klinkt echt oubollig en daardoor leidt het af.

Het klinkt ouderwetsch in ieder geval. Maar… de film is uit 2001 en de makers hebben er bewust voor gekozen om de film de sfeer en de taal van een eeuw geleden te geven. Dan doe je als vertaler hetzelfde, lijkt me. Bovendien komt het uit een nog ouder gedicht dat later op muziek is gezet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *